E-Collar Hoofdstukken


Hoofdstuk II: Wat is een e-collar?


Vorige week/maand kreeg ik de kans om even mijn hart te luchten over een artikel dat alweer de e-collar verketterde. Het was meteen de aanleiding om deze trainingsmethode eens wat duidelijker toe te lichten. De reden dat dergelijke artikels zo gemakkelijk en vooral kritiekloos geslikt worden door heel wat lezers is de vrijwel spontane, en vooral ondoordachte, afkeer van alles wat met elektriciteit te maken heeft. Men gelooft als het ware bijna vanzelf dat een elektrische stroomstoot àltijd pijn doet. Er wordt gedacht aan natte vingers in een stopcontact of aan het met de handen aanraken van een elektrisch geladen omheining en men vergeet spontaan de behandelingen bij de kinesitherapeut in het kader van een revalidatie van de spieren die, uiteraard, helemaal niet pijnlijk zijn, of het feit elektriciteit zo fijn afstelbaar en beheersbaar is dat zij ook gebruikt kan worden om het ritme van de hartspier in de hand te houden, zonder dat de patiënt dat zelfs voelt.

Zo ook kun je met de gradaties in stimuli van een e-collar gaan van een louter rappelerende commandoversterker (vergelijkbaar met een soort van tikje op de schouder) over heel licht onaangenaam en zacht ontmoedigend (vergelijkbaar met wat vlooiën die in je nek kriebelen) naar corrigerend (vergelijkbaar met een korte prik van de slagtanden van een hond).

Welke gradatie je gebruikt hangt af van de hond als individu, van het probleemgedrag dat hij vertoont en de risico’s die daarmee gepaard gaan voor hemelf en z’n omgeving. En ook van het antwoord op de cruciale vraag: gaan we aan- of afleren?

Het is opvallend dat wie kritiek heeft op dit trainingsinstrument nooit dieper in gaat op de gradaties in stimuli, noch op het grote verschil tussen aanleren en afleren. Voor hun volstaat het loutere gedacht een dier een onaangename impuls toe te dienen om weerzin te laten opwekken. En het gechoqueerd zijn hierover maakt dat men nooit toekomt aan verdere vragen, zoals: Hoe werkt dat ding? Waarom gebruikt men het? Wat is het voordeel voor de hond zelf?

Het is niet alleen interessant, maar ook noodzakelijk, om deze “afweerreactie” eens verder uit te diepen. Elk van ons koestert soms vooroordelen: een oordeel eerder gestoeld op een direct emotioneel aanvoelen dan op rationeel, onderbouwd, en analytisch denken. Nochtans kunnen vooroordelen ronduit schadelijk zijn, juist omdat ze in de weg staan van een doordachte en geïnformeerde redenering, waardoor zij er ons van weerhouden het juiste en noodzakelijke te doen in de vereiste omstandigheden.

Als je zegt dat je een bepaald risicovol en ingeslepen probleemgedrag bij een hond hebt weggetraind met een e-collar komt er alleen maar kritiek doch nooit vragen! Blijkbaar willen slechts weinigen weten “Wat het probleemgedrag was?” “Hoe gevaarlijk of stresserend dit gedrag was voor de hond of voor zijn omgeving?” “Hoe een e-collar eigenlijk werkt?” “Hoe de hond er op reageerde?” “Of het probleem met succes is opgelost?” “En of de hond er voordeel bij gehad heeft?” Hoewel de eigen “ervaring” met een e-collar (die trouwens meestal totaal afwezig is en louter uit “horen zeggen” bestaat ), strijdig is met de mededeling dat sommige honden voordeel hebben gehaald uit een dergelijke training, stelt men zich deze keer tevreden met de eerste emotionele impuls van pure afkeer, en wenst men er klaarblijkelijk het fijne niet van te weten.

Heden is de situatie dan ook zo geëvolueerd dat het hardnekkig koesteren van een dergelijk vooroordeel een enorme polemiek op gang heeft gebracht om elektronische trainingsmiddelen te verbieden. En dat terwijl zelden de vraag gesteld wordt of het soms niet de hond juist ten goede kan komen.

Ook geen enkele wetenschappelijke studie heeft zich ooit globaal en volledig gericht op:
  • Een meting van de stress bij de hond tijdens zijn probleemgedrag;
  • Een meting van de stress bij de hond tijdens de training, met een e-collar en eerlijkheidshalve vergeleken met andere trainingsmiddelen (zoals bvb de “Gentle Leader”, de antiblafband met mosterd- of citronella spray, de wurgketting, etc…);
  • Een meting van de snelheid waarmee de hond begreep wat er van hem verwacht werd, vergeleken met andere trainingsmethodes;
  • Een meting van de stress, na de training, eens de hond perfect door heeft wat hem in een bepaalde situatie te doen staat en hij het probleemgedrag niet meer vertoont. En misschien is een meting van de stress bij het baasje voor en na de training ook niet eens zo’n slecht idee.;
  • Een analyse van de situatie of de hond nu, ja dan neen, na de training veiliger is voor de gevaren van onze mensenmaatschappij (bvb.: achtervolgen van auto’s, vechten met andere honden, gevaarlijke dingen op eten). Of dat dankzij de training de hond niet in beslag genomen wordt, in het asiel geplaatst of geëuthanaseerd wordt.
De meest recente e-collar studie, nl. deze van Hannover, “A Comparison of stress and learning effects of three different training methods in dogs.” E. Schalke, Y. Salgirli, I. Böhm, S. Ott, H. Hackbarth. kwam evenwel dicht in de buurt van voormelde vereisten. Zij stelde vast dat:
  • Het weigeren van de beloning (wegens een niet opgevolgd commando) de hond méér stress geeft als een e-collar stimulatie! (Blz. 35.)
  • Deze laatste studie toonde ook aan dat honden het snelst de bedoeling van de les begrepen met e-collar, en dat deze aanleermethode (vermoedelijk juist daardoor) de MINST stresserende was. (Blz. 36.)
  • Dat e-collartraining de meest efficiënte methode was om ongewenst gedrag te laten stoppen.
  • Positief resultaat bij e-collar getrainde honden: 92,9 %
  • Positief resultaat bij operante klikkertraining en het als sanctie enkel niet geven van de beloning aan de hond omwille van het ongewenste gedrag: 7,1 % (Blz. 22.)
  • (Zie:http://www.ecma.eu.com/Comparison%20of%20stress%20and%20learning%20effects%20of%20three%20different%20training%20methods%20in%20dogs.pdf)
De auteur van het in mijn vorige bijdrage besproken artikel in Hondenmanieren geeft dit zelf trouwens ook toe: “Als die methode vervolgens inderdaad ook blijkt te werken…”! Wat eerder in haar tekst haalt ze trouwens aan dat maar liefst “20% tot 40% van de hondeneigenaars behoorlijke problemen ervaren bij het in goede banen leiden van het gedrag van hun hond”. Dan moet je je toch de vraag stellen of het zo logisch is om e-collar training af te wijzen?

Zelfs in een vorige editie van datzelfde hondenmagazine (nr.1, jaargang 12 uit 2008), waarin uitgebreid en trouwens veel eerlijker dan in de laatste uitgave, diverse trainingsmethodes worden besproken, stelt Martin Gaus zelf op blz.: 12: dat “positieve training vaak niet werkt bij honden die op wild of schapen jagen. Dan helpt alleen een elektronische halsband.” Hij blijft echter weigeren het instrument te gebruiken omdat hij het sop de kool niet waard vindt en stelt dat de hond dan maar aangelijnd moet blijven of de eigenaar zelf dan maar meer z’n best moet doen om de aandacht van de hond vast te houden. Dat het voor een hondenbaasje een ware uitdaging kan zijn om een meer fascinerende aanblik te bieden dan loslopend wild blijkt uit onderstaande foto’s van diverse honden die een stekelvarken toch een pak interessanter vonden:




En toch weigert men dergelijke toestanden te voorkomen middels e-collar training omdat die pijnlijk zou zijn?!??? Laten we dan alvast hopen dat deze honden niet gaan proberen te snuffelen aan de kont van een andere hond!

Het moet me hier trouwens van het hart dat ik het opvallend vind hoe de door een hondenaanval veroorzaakte pijn bij het opgejaagde wild, de schapen of de paarden en eventueel de ruiter die op dat paard zit, bepaalde mensen dan klaarblijkelijk wel onberoerd laat.


Wat wel duidelijk is, is dat velen die kritiek hebben op deze trainingsmethode er geen idee van hebben hoe ze correct moet toegepast worden en hoe verfijnd tegenwoordig de afstelling van een e-collar eigenlijk wel is. De huidige band verschilt aanzienlijk met wat er pak weg een dikke 15 jaar geleden op de markt was. De techniek werd onderhand doordacht en volledig ingesteld op het associatief aanleerproces van de hond. Dergelijke banden worden niet enkel gebruikt voor aanleren en afleren, maar ook voor lange afstandswerk op hoog niveau. Waarbij het mogelijk is bvb een reddingshond, na een aardbeving op voor mensen moeilijk toegankelijke plaatsen, louter tactiel commando’s te geven om te vermijden dat hij recht op recht z’n neus volgt en risico’s loopt bij instortingsgevaar. Zo ook kun je een dove hond nog de kans op vrijheid geven, omdat je hem van op afstand terug bij je kunt roepen. Een “Kom hier Flup” die hij voelt i.p.v. hoort. Vanzelfsprekend mogen de impulsen die deze honden daarbij krijgen niet pijnlijk of zelfs stresserend zijn. En de e-collar voorziet in die mogelijkheid.

Maar inderdaad bij aversie-training, het woord zegt het zelf, wordt aan de hond een ontmoedigende stimulus gegeven om hem er van te weerhouden een bepaald ongewenst gedrag te vertonen. Dus, jawel, de e-collar kan ook een schrikeffect toedienen, dat soms zelfs, kortstondig evenwel, stress kan veroorzaken. Net zoals uw hond stress ondervindt wanneer hij wordt aangereden door een auto… of tijdens een bezoekje aan de dierenarts Is het niet bizar dat niemand moeite heeft met het feit dat hij zijn hond bvb maandelijks stress geeft bij de Vorendepot vaccinatie tegen allergie, of een noodzakelijke medische ingreep die essentieel is voor een goede gezondheid en een lange, gelukkige levensduur van hun geliefde maatje, maar dat velen protesteren indien men Max een onaangename stimulus toedient om te vermijden dat hij achter paarden aanjaagt, en uiteindelijk de vernieling in getrapt wordt? En trouwens, als dat laatste effectief gebeurd, lijkt me dat ook behoorlijk stresserend, niet enkel voor de hond maar ook voor het paard!

Ik hoop dan ook dat u, in het belang van de dieren, vooraleer te besluiten dat een e-collar het werktuig van de Duivel zelf is, bereid bent om eerst een aantal vragen te stellen, zoals:
  • Wat is het doel dat men wil bereiken, met een dergelijke training?
  • Wat is het probleemgedrag?
  • Hoe gevaarlijk of stresserend is dit probleemgedrag voor de hond of voor zijn omgeving?
  • Wat zijn de alternatieven?
  • Hoe werkt een e-collar eigenlijk?
  • Hoe reageerde de hond er op?
  • Is het probleem met succes opgelost?
  • Heeft de hond er voordeel bij gehad?
Ik zal in mijn volgende bijdrage pogen hierop enige antwoorden te geven.

<< Terug naar Hoofdstukken >>

© Auteurs van deze tekst zijn: Bart Bellon  www.dog-sport.be, Fabian Beernaarts   www.esmero.nl  en Kaat Raes.