De vleerhondjesHet is erg lang geleden, wel drie miljoen jaren,dat alle hondjes nog vleerhondjes waren . Ze blaften, en fladderden boven de huizen. Ze kwispelden vrolijk en vingen marmuizen, die waren er toen nog in groten getale. Zo'n vleerhondje rook aan lantarenpalen, maar altijd van boven en nooit van onderen, niemand zou zich daarover verwonderen en iedereen had een klein vleerhondje aan de lijn. Toen kwam er een tijdperk van heel vele jaren, dat de laatste marmuizen gevangen waren en toen, om de een of andere reden (ik spreek nu van twee miljoen jaren geleden, in elk geval, jij was nog niet geboren) toen hebben de hondjes hun vleertjes verloren .... er waren er nogmaar twee overgelaten, twee echte vleerhondjes dus, en ze zaten in de buurt van de Lemmer in een emmer Maar altijd, wanneer ze de emmer uit vlogen, dan wreven de mensen zich in de ogen en riepen: Wat vliegt daar nou weer in het zwerk? De vleerhondjes vluchten dan boven de kerk, en niemand die hen geloven wilde; Ze waren gekwetts, omdat iedereen gilde, en omdat de mensen zo van hen schrokken, en eindelijk zijn ze voorgoed vertrokken met twee kleine veerpontjes, de vleerhondjes. Marianne De Hauwere, 26 november 1999 |